Zoals u wellicht weet ben ik werkzaam op het ISK,(Internationale Schakelklas)  alwaar ik lesgeef aan nieuwkomers: jongeren tussen de 12 en 18 jaar die uit het buitenland komen.

2 Weken geleden hadden mijn leerlingen presentaties voorbereid met een powerpoint.
Ze vertelden hoe ze vanuit hun geboorteland naar Nederland gekomen zijn.
Vandaag wil ik er één presentatie uithalen. Een 18-jarig meisje uit Irak. Dit is haar verhaal met haar foto’s.

Ik kom uit Irak. Ik ben een Jezidi. 

Voor de oorlog was mijn land heel erg mooi. In 2013 was ik twaalf jaar oud.
Ik woonde in een klein dorpje met mijn familie. Mijn leven was heel mooi. Ik moest altijd in de zomer werken met mijn familie. Zo kon ik geld verdienen om naar school te gaan.  We moesten geld aan onze docenten geven. Alleen dan wilden ze ons lesgeven. Soms moest ik snoep meenemen, soms ook gas of benzine.  Mijn ouders konden dit niet voor alle kinderen betalen, daarom moest ik stoppen met school. Na 2013 kwam de oorlog en moesten we ons gebied verlaten. Wij waren Jezidi’s en IS wilde dat wij allen moslim zouden worden. Wilde je niet dan werd je vermoord. Ik was heel erg bang. We vluchten voor de IS naar de berg Sinjar. Ik had IS van afstand gezien. We hebben drie dagen op de berg gewoond. We hadden heel veel erge dingen gezien. Ik zag kleine kinderen sterven, omdat ze geen eten en drinken hadden. Ik was zelf heel jong maar ik was doodsbang dat mijn broertjes en zusjes ook zouden overlijden omdat er geen eten en drinken was. Ik maakte me daar zorgen over. Ik was uitgeput. Ik struikelde, door de angst.

Ik had altijd het gevoel dat IS mij zou bereiken en mij zou vermoorden. Dat ik de berg niet zou halen. IS nam nl. Jezidische meisjes mee en deden er dan slechte dingen mee.  Daarom moest ik altijd opletten. Ik heb gezien hoe kinderen sterven zonder water en zonder eten. Mijn moeder zei: niet kijken we moeten rennen. Ik had heel erg veel dorst en ik was moe. Ik zei tegen mijn ouders dat ik niet meer kon rennen: ‘Ik ben moe, ik kan niet meer’. Ik moest toch rennen want ik hoorde dat mensen begonnen te schreeuwen want sommige mensen hadden een ongeluk gehad. Ze zaten onder het bloed. Sommige kinderen hadden zo’n dorst: ze dronken de tranen van hun moeder. Zo zijn mensen ontvoerd, er zijn kinderen en vrouwen meegenomen. Ik zei tegen mijn moeder, ik kan mijn ogen sluiten voor de dingen die ik niet wil zien, maar ik kan mijn hart niet sluiten voor de dingen die ik voel. Rennen en huilen op hetzelfde moment. Mijn familie was groot. We hadden alleen maar twee flessen water. Ik had hele erg honger en dorst. Ik zocht bladeren van bomen om te eten. Ik had veel bladeren gegeten.  Na drie dagen gingen we naar Koerdistan. We hadden tenten, eten en drinken gekregen. Toen moesten we werken. Ik had twee jaar in Koerdistan gewoond en gewerkt. Toen zei mijn vader dat ik moest vertrekken. IS nam meisjes mee en ik was inmiddels 15 jaar. Het doel van mijn ouders was om mij veilig te stellen. Toen moest ik met mijn oom naar Turkije gaan. Er was geen geld om nog iemand van de familie mee te laten komen. Zelfs de kosten die ik had gemaakt, moesten we lenen. Ik zei tegen mijn ouders dat ik als eerste wilde gaan. Want in Turkije was het heel erg koud. Daarom niet mijn andere zusje. Ik had me opgeofferd. Toen ging ik met mijn oom naar Turkije en mijn familie bleef in Koerdistan in een tentenkamp. Toen ik in Turkije was, had ik heel veel gelopen door de bergen. Ik had daar twee maanden gewoond. Toen ging ik met mijn oom met de boot naar Griekenland Een volle boot, waarbij ik mensen heb gezien die uit de boot vielen en verdronken.
In Griekenland was het heel moeilijk want we sliepen in kleine tenten. Er was niet genoeg eten. Soms had ik hele erg honger maar er was geen eten. Als ik iets zou willen eten, dan moest ik drie uur in de rij wachten. Soms zei ik dat ik niet wilde eten, ik wilde dood. Daar waren geen badkamers, er was niets. We konden niet douchen, we hadden niet genoeg kleren, geen schoenen en het was daar heel erg koud. We konden niets doen. Ik kon alleen maar hopen van binnen. Na één jaar zeiden ze: ‘jullie kunnen naar Nederland gaan’. Ik was heel verdrietig want ik had familie in Duitsland. En toen dacht ik, ik wilde toch een vrij land. Nederland is toch een vrij land, toen werd ik blij. Na drie maanden gingen we naar Nederland. Mijn droom was dat ik mijn familie naar Nederland zou kunnen halen. Na een maand ging ik naar school. Dat was heel bijzonder voor mij. De docenten vroegen geen geld, geen gas en geen andere dingen. Ik zei: mijn droom is om docent te worden. Maar ik moet eerst de Nederlandse taal leren. Ik was niet goed op school. Want ik kon niet begrijpen, niet schrijven en ook niet rekenen. Want ik had dat soort dingen nooit gehad in mijn land. Ik werd boos op mijn eigen land. De Nederlandse docenten zijn heel aardig, ik kan leren. Ze lijken niet op onze docenten. Na zes maanden kwam ook mijn familie naar Nederland. Ik was heel erg blij toen ze hier kwamen. Ik had ze geholpen. Mijn ouders keken verbaasd naar mij, ze zeiden je kan heel veel dingen doen die je vroeger niet kon doen. Ja, alles door Nederland. Nederland is een mooi land. Mijn leven verandert door Nederland. Ik heb nu dromen, ik heb nu hobby’s. Ik ben heel blij dat ik nu in Nederland ben. Ik begrijp nu de Nederlandse taal en ik kan schrijven, lezen en rekenen. Nederland is een mooi land en mensen in Nederland zijn aardig. Mijn nieuwe leven begint in Nederland en ook mijn toekomst. Ik beschouw Nederland als mijn tweede vaderland. Ik ben nu 18 jaar oud en ik woon nog in het kamp, het AZC in Winterswijk met mijn familie. We wachten op een huis.

Dit is mijn verhaal en dat is wat ik in mijn leven heb gezien en gehad.
Ik hoop en ik wens dat er nooit meer een oorlog komt.

Lidy Wolters

Ongeveer 30 personen hadden gehoor gegeven om te komen naar onze geloofsgemeenschapsavond op dinsdag 29 oktober. Jan Lanting, voorzitter van de Beheerscommissie heette iedereen van harte welkom, in het bijzonder het bestuur van de parochie St. Ludger. Zij waren aanwezig om ons te vertellen waarom er de keuze is gemaakt om onze kerk te gaan sluiten. Aan de hand van gegevens en prognoses is ons dat duidelijk gemaakt. Trees Kondring penningmeester en namens het parochiebestuur Ton de Vries gingen in op de financiële situatie en gaven ook een prognose naar de toekomst toe.

Aan het begin van de Goede Week werd Europa opgeschrikt door een enorme brand in de historische Notre Dame-kathedraal in Parijs. Ondanks een grote inzet van brandweerlieden kon niet voorkomen worden dat het dak en een deel van de gewelven verwoest werden met daarbij ook een groot deel van het met kunstschatten gevulde interieur.

We zagen veel Parijzenaren met ontzetting het vuur aanschouwen, waarvan er een deel geknield en met gezang de pijn met elkaar deelde.

Eenieder die ooit deze kathedraal bezocht heeft kon zich inleven in wat deze Parijzenaren voelden: de schrik dat al dit moois compleet zou verdwijnen. Gelukkig zijn er nog veel kunstschatten, weliswaar beschadigd, behouden gebleven en was er direct na de brand een grote bereidheid zichtbaar om de kathedraal weer op te bouwen. Vermogende geldschieters hebben enorme bedragen toegezegd om het gebouw in oude luister te herstellen.

Een vergelijkbare pijn is sinds vorig jaar in Meddo en in de andere plaatsen onze parochie voelbaar. Was het in Parijs angst en pijn om de letterlijke verdwijning van de Notre Dame, bij ons is er angst en pijn om de figuurlijke verdwijning van onze Johannes de Doperkerk. Het zal weliswaar blijven bestaan, maar de functie, die het langer dan anderhalve eeuw in onze geloofsgemeenschap heeft vervuld, zal verdwijnen. Wat zal er voor ons nog overblijven? Dat is de figuurlijke schade waar wij mee moeten leven.

Er is bewondering voor de vastberadenheid tot herbouw, welke de Parijzenaren toonden. Moeten ook wij niet eenzelfde bereidheid en vastberadenheid tonen om te behouden wat mogelijk is?

We hebben een aantal jaren om te onderzoeken wat er mogelijk is om het gebouw nieuwe functies te geven, maar dan moeten we nu wel actief meedenken en werken om dit te realiseren. Met een positieve insteek, ondanks de gemengde gevoelens die er zijn. Misschien kunnen we dan nog veel behouden voor onze gemeenschap.

Door samen te denken en te werken aan nieuwe functies kan er misschien ook een impuls komen voor de geloofsgemeenschap in Meddo. Het realiseren van onze kerk gaf anderhalve eeuw geleden een enorme gedrevenheid en saamhorigheid om er in ons dorp wat van te maken. En met succes!

Nu moeten we opnieuw aan het werk: goede plannen en ideeën bedenken. Maar ook de bereidheid om er in te investeren.

Zo blijft er zoveel mogelijk behouden. Niet alleen letterlijk het gebouw, maar ook figuurlijk voor onze geloofsgemeenschap en wellicht voor alle Meddonaren.

Pastorale noodwacht:
06-190 17 292
Parochie Sint Ludger en
Parochie Sint Paulus

Vieringen

Januari 2020
M D W D V Z Z
1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31